Net zoals andere websites maken ook wij gebruik van cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek van onze website voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken. Bovendien kunnen wij en derde partijen hiermee eventueel advertenties aanpassen aan jouw interesses en kun je informatie delen via social media. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.

 

Hieronder vindt u/jij een overzicht van mijn laatste columns. Deze columns hebben betrekking op coaching en consultancy in de ruimste zin van het woord. Houdt deze pagina goed in de gaten om op de hoogte te blijven.

Column 31 Augustus 2020: Wat is de rol van ouders bij de ontwikkeling van de identiteit van hun kinderen?

Zoals we hebben aangegeven willen we nadenken over de rol van ons als ouders bij de ontwikkeling van een goed zelfbeeld, van een eigen identiteit. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: die rol is erg groot. We zagen al dat kinderen veel leren van hun leeftijdsgenoten. Ze observeren hun gedrag, luisteren naar hun woorden en spiegelen zich met de ander. Daar leren ze  dus echt veel van: zowel positief als negatief.

Onze kinderen kijken echter ook goed naar ons als ouders. Ze observeren ons gedrag en zien de verschillen tussen ons, als vader en moeder. Ze luisteren naar onze woorden en merken dat pa sterk rationeel reageert en moeder bijvoorbeeld heel empathisch en soms sterk emotioneel. Of juist helemaal andersom!

Vanaf het prille begin van het kinderleven is het uiterst belangrijk dat ze een band ervaren met vader en moeder. Zelf hebben wij drie adoptiekinderen en van alle drie hebben we het prille begin natuurlijk (en helaas) niet meegemaakt. In de kringen van adoptieouders wordt erg veel nagedacht over de hechting tussen kind en ouders. En terecht wordt daar aandacht voor gevraagd, want die hechting is levensnoodzakelijk.

Wat is hechting?

In de adoptiewereld leerden we dat emotionele verwaarlozing in de eerste fase van een kind funest kan zijn. Natuurlijk, dat geldt niet alleen bij adoptiekinderen. Voor elk kind is het zo belangrijk dat het voelt dat het welkom is, er aandacht voor hem/haar is en er liefde wordt gegeven. Onvoorwaardelijke liefde! Wanneer die gemist wordt, grijpt dat vanzelfsprekend in in de ontwikkeling van een eigen identiteit van een kind tot volwassene. De levenspraktijk leert dat een kind verzorgen en voeden te leren is. Nee, er is geen cursus voor ouders om deze dingen te leren. Maar meestentijds is dat ook niet nodig, want elke ouder leert dat al doende. Pedagogisch goed omgaan met een kind kan ook wel geleerd worden, maar sommige ouders hebben daar wel ernstige problemen mee, omdat ze zelf niet goed opgevoed zijn....! Pedagogisch verwaarloosd zijn en dus niet weten wat het is om onvoorwaardelijke liefde te geven en te ontvangen. Gelukkig is daar ondersteuning voor aan te vragen tegenwoordig en dat is heel fijn. Ouders hebben dan steun in de rug nodig en krijgen die ook van hulpverlenende instanties. Maar is dat genoeg? Een kind doet niet automatisch wat pa en ma willen, maar zal alleen luisteren als het voelt dat we het goed met hem menen en van hem houden. Een kind merkt het direct als je alleen maar iets vraagt omdat het jou goed uitkomt of omdat je het kind een poosje uit de buurt wil hebben. Een emotionele band tussen ouder en kind is voorwaarde voor een veilige en stabiele opvoeding en daardoor ook de belangrijkste voorwaarde voor de ontwikkeling van kind tot mens. Dit wordt dus hechting genoemd. Natuurlijk zou er over dit onderwerp veel meer te zeggen zijn, maar in het kader van ons thema lijkt me dit nu voldoende.

Weet u nog dat u uw kind als een baby in uw armen had? Wat is zo'n kleine toch in alles afhankelijk van u als ouder. Hoe beter wij ingaan op de behoeften van ons kind, hoe nauwer de band wordt tussen ons en onze kleine. Hoewel een baby niet kan vertellen wat hij nodig heeft, voelt hij zeker wel wat er met hem gebeurt en of wij als ouders blij zijn met hem. Hij raakt gewend aan de manier waarop we met hem omgaan, praten en knuffelen. Ook raakt de kleine er aan gewend dat wij ingaan op zijn huilen, kraaien en lachen. Dit is een belangrijke wisselwerking tussen ouders en de baby en hierdoor ontstaat er een emotionele band. We hechten ons aan elkaar. Een baby merkt ook dat we blij zijn met hem en hem aanmoedigen om dingen vast te houden, te spelen en om dingen zelf te doen. Dit geeft het kind vertrouwen in zichzelf en in de ouders. Hierdoor durft hij zich te ontwikkelen. 

Ontstaan van identiteit

Identiteit bezitten betekent: zelf  iemand zijn, uniek met al je mogelijkheden. Je wordt iemand door alle eigenschappen die je hebt, maar ook door alle ervaringen die je hebt opgedaan in je jeugd. Ervaringen spelen een grote rol, want die zijn je eigen geworden en daar gedraag je je naar. Het belangrijkste van die ervaringen is: hoe zijn je ouders met je omgegaan? omdat het kind zo nauw verbonden is met zijn ouders in de dagelijkse wisselwerking is dat heel belangrijk. Het kind slaat positieve en negatieve ervaringen op en gaat er naar handelen. Als het kind ongeveer 3 jaar is ontdekt het zijn eigen wil en dan probeert hij te gaan uitvinden wie hij zelf is en wat het effect op zijn omgeving is als hij zich laat gelden. Hij zal gaan "nee" zeggen tegen zijn ouders en leert dat er grenzen zijn, dat niet alles kan en dat hij zelf dingen kan gaan bepalen. Als ouders hier op een positieve manier mee omgaan krijgt het kind zelfvertrouwen en weet het zich veilig. Dat durft het kind ook allerlei nieuwe dingen te gaan ontdekken. Het gaat er niet om, dat het kind maar krijgt wat hij wil, maar dat ouders ingaan op de behoeften van het kind. Als ouders begrijpen wat het kind bedoelt met zijn gedrag dan voelt het kind zich veilig. Dan kan het ook beinvloed worden. De basis is vertrouwen en liefde, zodat het kind weet dat ouders van hem houden en het goede met hem voor hebben. Door dit vertrouwen in ouders voelt het kind zich veilig en is de wereld om hem heen niet beangstigend, maar is het juist een uitdaging om van alles te gaan ondernemen. Ouders zullen dit stimuleren en begeleiden. Dan leert het kind zijn eigen gevoelens en wensen, maar ook zijn eigen mogelijkheden en beperkingen kennen. Hierdoor ontwikkelen zich zijn eigen karaktertrekken en wordt zijn identiteit gevormd.

Zorgelijk

Als er geen of niet voldoende interactie is tussen ons als ouders en ons kind en wij zouden niet goed ingaan op de behoeften van ons kind, dat zal hij zich niet veilig voelen en op die manier wordt de omgeving en mensen hem niet echt vertrouwd. Hij zal de wereld om hem heen als beangstigend ervaren en niet als uitnodigend om te gaan spelen en ontdekken, zich te ontwikkelen. Vaak doet ons kind nog wel iets om onze aandacht te vragen, zoals huilen, zeuren, of overal hulp om vragen. Maar op die manier verspilt een kind zijn energie die een ander kind juist gebruikt om de wereld te ontdekken. Een kind weet niet waar het aan toe is, de wereld is chaotisch en zeker weten: dat roept angst op. Dit kan leiden tot stilstand van de normale ontwikkeling, want angst werkt verlammend.

Een emotioneel verwaarloosd kind kan opvallend of extreem gedrag gaan vertonen. Maar ook het idee niets te kunnen of niets waard te zijn, zal de boventoon gaan voeren in het gedrag. Als het kind de boodschap van zijn ouders meekrijgt, als is het onbewust: "Jij? Jij bent niets waard", dan zal het kind die overtuiging meenemen en tot zijn eigen overtuiging maken. En vanuit de praktijk van mijn werk in het onderwijs zeg ik met klem: dit heeft grote gevolgen voor het gedrag en de identiteitsontwikkeling van een kind. Je merkt dat aan de kinderen en wij zeiden vaak tegen elkaar: Apart....maar je krijgt geen vat op hem/haar. Alles lijkt van ze af te glijden, niets lijkt hen iets te doen. Het zijn kinderen met weinig eigenheid, passief of juist erg agressief en vaak kinderen met een zeer laag zelfbeeld. Volgende keer zoomen we in op de positieve rol van ons als ouders bij de ontwikkeling van onze kinderen.

Column 15 Augustus 2020: Identiteit 2

Vorige keer hebben we een begin gemaakt met het nadenken over identiteit(sontwikkeling). Sommige mensen reageerden dat ze hier graag over doordenken en ook gingen opschrijven hoe ze terug kijken op hun eigen ontwikkeling vanaf kind tot volwassenen. Nogmaals zeg ik het een keer: deel uw ervaringen gerust met mij via de mail en ik zal persoonlijk reageren.

De vraag die in deze column spreekt is de vraag: Identiteit: Hoe wordt die eigenlijk bepaald? Hoe ontwikkel je een eigen -ja echt eigen- identiteit?

Wij weten dat er bij jonge kinderen niet zelden de vraag leeft: wie ben ik nu eigenlijk? Op de Driestar leerden we bij ontwikkelingspsychologie al dat kinderen aan het einde van de basisschoolleeftijd vaak en graag voor de spiegel staan. Hoewel....niet altijd graag! Ze kijken aandachtig naar zichzelf: hoe zie ik er uit? Hoe zijn mijn oren, mijn neus, mijn ogen, mijn haar, mijn gebit, mijn lippen in vergelijking met andere kinderen? In de literatuur noemt men dit zelfbesef. Dit zelfbesef is vaak bij kinderen in de basisschooltijd wisselend. De ene keer is een kind dik tevreden met hoe hij/zij eruit ziet en de week erna is dat beeld weer heel anders. Ze zijn gericht op het uiterlijk en ja, de ene keer vinden ze zichzelf "ruim voldoende" en een andere keer geven ze zichzelf een dikke onvoldoende. Tijdens mijn loopbaan als meester heb ik zo vaak gezien dat kinderen hun uiterlijk, zeker qua kleding, veel vergelijken met een ander. Soms was dat zelfs schrijnend. "Heb jij kleren van de Wibra? Mijn ouders kopen altijd bij....." Echt, dat doet veel bij kinderen. Via ouders hoorde ik soms schrijnende verhalen over pijnlijke opmerkingen, want kinderen zijn soms ook nog eens keihard naar elkaar toe als het gaat over het uiterlijke. Wij weten dat wel: "He brillejood, beugeltrut, rooie kroot (rood haar), spillebeen en ga zo maar door. Kinderen vergelijken zich vaak met andere kinderen en kijken alleen nog maar naar hun buitenkant en niet naar hun binnenkant.

Het jongere kind

We zoomden in op de leeftijd van 11-12 jarigen. Kijk je naar het jonge kind, dan zie je een ander beeld verschijnen. Het lijkt een wat eenvoudiger beeld.

Neem bijvoorbeeld een kind van 4 jaar. Ook dan zijn kinderen wel bezig met hun uiterlijk, maar op een ander vlak. Ze gaan zien dat er verschillen zijn tussen jongens en meisjes, tussen kort en lang, dun en dik en er zijn ook kinderen met een andere kleur en al met al zijn dat ontdekkingen voor hen. Het is prachtig om kinderen op die leeftijd te observeren om te zien hoeveel ze leren van het om zich heen kijken en hun heerlijke, spontane manier van vragen in de trant van: Waarom ben jij bruin? Waarom heb jij een bruine vader en witte moeder? Zo leren zij zich te ontwikkelen als een eigen mensje. Als spelende in de zandbak vergelijken zij zich met anderen. Vaak dus onbewust en zonder betekenis. Maar juist bij het ouder worden, zo gaf ik al aan, kan dat vergelijken gevaarlijk worden. Dat gebeurde eerder vooral in de puberteit, maar dat is absoluut aan het verjongen naar einde basisschool, groep 7 en 8. Het vergelijken kan dan zo naar en negatief worden, dat er kinderen een negatief zelfbeeld gaan oplopen. En laten we ons niet vergissen dat zoiets erg veel gebeurd bij kinderen. Wat zien kinderen? Het ene kind heeft rijke ouders, de ander heeft ouders die het met minder moeten doen. De een heeft wel mooi haar waar van alles mee kan worden gedaan, de ander moet het doen met stijl, kleurloos haar waar niets mee te beginnen valt. De een maakt heel veel makkelijke contacten, de ander weet niet hoe er contact gemaakt kan en moet worden met leeftijdsgenoten, de een krijgt een mooi lichaam waar allerlei complimenten over worden uitgedeeld en de ander is maar "gewoontjes"en lijkt niet goed in de markt te liggen. En op deze leeftijd wordt er helaas veel gepest om hun uiterlijk. met alle nare gevolgen van dien.

Iedereen begrijpt dat deze aspecten allemaal meewerken aan de ontwikkeling van een gezond of ongezond zelfbeeld.

Tot nu toe zijn de ouders uit beeld gebleven als het gaat over de ontwikkeling van de identiteit. Graag wil ik dat de volgende keer gaan beschrijven.

Hartelijke groet uit tropisch Nunspeet

Column 23 Juli 2020: Identiteit

Zoals ik had beloofd, ga ik nu wat schrijven over onze IDENTITEIT. Als je dit woord met een definitie wil vatten, geef ik het volgende door: Identiteit: de eigenheid, wie iemand is, het geheel van persoonsgegevens, de overtuiging wezenlijk dezelfde te blijven. Iemand heeft een duidelijke identiteit als hij weet wie hij is. Identiteit gaat over eenheid, over elkaar niet tegensprekende persoonskenmerken.

Deze definitie is best ingewikkeld, maar er zitten wel een aantal duidelijke stukjes in: Wie ben ik? Weet ik wie ik ben?. Ben ik mezelf? Ben ik heel anders bij anderen of ben ik dan te vergelijken met hoe ik thuis ben, als ik alleen ben of bij mijn gezinsleden?

Veel problemen

In de jaren dat ik als coach werkzaam ben, heb ik best heel wat mensen gezien die tobben met de vraag: "maar wie ben ik nu eigenlijk?" Meestal gebruik ik dan het voorbeeld van een spiegel en verwoord ik deze opdracht: Laten we samen eens in de spiegel gaan kijken en mag ik jou dan allemaal vragen gaan stellen over wie jij bent? Wat is nu jouw kern? Dat levert vaak heel mooie gesprekken op, maar soms ook pijnlijke conclusies. Toch is het zo heel belangrijk aan zelfreflectie te doen. Dat geldt natuurlijk -u zult dat begrijpen- voor ons allemaal. Maar wie dat nooit heeft geleerd, het nooit van huis uit heeft meegekregen, die heeft er vaak wel een helpende hand bij nodig om te leren op een goede en Bijbelse manier naar zichzelf te kijken. Juist als je een negatief beeld over jezelf hebt, is het zo moeilijk te zien dat je kwaliteiten hebt gekregen van de Heere als Schepper van ons leven. Juist als je zo'n hoge dunk van jezelf hebt, is het zo moeilijk om je eigen fouten, tekortkomingen en onaardige karaktertrekken te zien. Nee, het hebben van een echte identiteit is niet zomaar iets wat iedereen positief ervaart in zijn/haar leven.

Inzicht krijgen in je identiteit

Bepalen wie je werkelijk bent, wat je werkelijk denkt, voelt en doet vergt dus zelfreflectie. Je kunt verschillende dingen doen om meer inzicht te krijgen in je identiteit:

  1. Begin eens op papier te schrijven wat jouw kernkwaliteiten en capaciteiten zijn. Je kunt daarna anderen -die je vertrouwt om hun eerlijke antwoorden- om feedback vragen, om erachter te komen of jouw beeld klopt me het beeld wat de ander van je heeft. Misschien wijzen anderen je op eigenschappen waar je zelf helemaal niet aan denkt, maar die toch heel eigen aan je zijn. Het kan ook helpen anderen te observeren en je af te vragen waarin jij verschilt. Dat zal je beeld over jezelf verder kunnen aanscherpen. Ik kom daar zo nog op terug.
  2. Er zijn nogal wat persoonlijkheidsmodellen aan de hand waarvan je erachter kunt komen welke eigenschappen, karaktertrekken en sterke punten je hebt. Vooral de Myers-Briggs Type Indicator (MBTI), The Big Five en Kernkwadranten zijn zinvolle modellen als je meer over je identiteit te weten wilt komen. Ik ga dit niet verder uitwerken nu, want je kunt dit zelf vinden als je via Google zoekt naar deze woorden.
  3. Belangrijk is over de vraag na te denken: Doe ik altijd wat een ander van me vraagt? Probeer ik de ander steeds te behagen? Hoe hoog leg ik mijn eigen lat? Waar liggen mijn grenzen en geeft ik die ook eerlijk aan of ga ik maar door met overal "ja" op te zeggen, omdat me dat waardering oplevert? Durf ik echt mezelf te zijn waar anderen bij zijn of draag ik bijna altijd een masker? Ben ik afhankelijk van de complimenten van een ander en raak ik uit het lood als ik van iemand geen reactie krijg, nadat ik toch zo'n aardig kaartje stuurde? Lig ik er soms wakker van als een ander me op straat niet groette, met niet leek te willen zien? U voelt wel: deze zinnen zijn met veel voorbeelden uit te breiden, en we beseffen allemaal: Wie zo afhankelijk is van een ander, die heeft geen evenwichtige identiteit. Die heeft zijn eigen kern nog niet gevonden.
  4. Nee, we moeten ons maar niet met anderen vergelijken. Toch is het soms wel goed -op zoek naar je eigen identiteit- het gedrag van anderen te observeren. Toen ik zelf op de leeftijd kwam dat je vergaderingen mocht gaan bijwonen, vond ik het bijvoorbeeld heel leerzaam het vergadergedrag van anderen te observeren. Zo leerde ik heel veel van een -al overleden- predikant die een paar kemphanen in een bepaald bestuur op zo'n knappe manier wist te de-escaleren....dat ik dacht: wat zou het mooi zijn als ik dat zou kunnen leren. Van weer een ander leerde ik dat het heel knap is -mits goed verwoord en op de goede toonhoogte- als je in een vergadering, waarin bijna iedereen achter een bepaald voorstel staat, er toch durft tegenin te gaan. Dat getuigt mijn inziens namelijk van het hebben van een eigen identiteit. Van mijn eerste directeur in mijn loopbaan als meester leerde ik ook heel veel: Hoe eerlijk hij voor de Heere en Zijn dienst durfde uit te komen. Dus: van observeren leer je veel, scherp je je eigen beeld bij en doe je eigenlijk voortdurend aan zelfreflectie. Tuurlijk, je leert ook hoe je bepaalde dingen juist niet moet doen, maar ook dat hebben we hard nodig om tot een goede zelfrefelctie te komen met een vraag als: doe ik ook zo irritant of dominant als die persoon? Nu, dan mag ik mijn gedrag wel snel veranderen!

Voor de volgende keer een huiswerkopdracht: schrijf eens op hoe u/jij als kind was. Zie je een constante lijn of ben je veel veranderd? En....heb je vragen: mail het gerust! Fijn als er gereageerd wordt!

Hartelijke Groet

Wim

Column 3 Juni 2020: Vernederd worden (deel 3, slotartikel)

Wat is het aangrijpend om vernederd te worden, zo zagen we in de vorige artikelen/columns. En helaas, wat gebeurt het vaak. Nooit zal ik vergeten dat ik een keer een aantal mannen in een kring een hand wilde geven. Zo hoort dat mijns inziens en het draagt bij aan het respectvol handelen met elkaar. En toen dat moment! Iemand weigerde mij een hand te geven en daar sta je dan....met je uitgestoken hand. Wanhopig bungelend in de richting van die ander. Maar nee, geen hand aan jou! Jij vreselijke man!

Iedereen heeft misschien wel eens zo'n ervaring in zijn leven gehad. Je wordt brutaalweg genegeerd! Alsof je lucht bent, of melaats.... Of je de meest besmettelijke ziekte hebt. Of dat je te min bent om aangeraakt te worden. Een tip voor iedereen die dit ook meemaakt: Aan een psychiatrisch verpleegkundige, die mij een tijdje begeleidde, legde ik de situatie voor, toen ik een aantal maanden later weer deze man zou ontmoeten en weer een rondje "handen geven" moest ondergaan. Ze zei: "Je moet voor hem gaan staan en zeggen: "Geeft u wel een hand of doet u 't niet? Je moet de teugels in handen nemen en je niet weer zo laten vernederen." Nu, deze tip nam ik graag ter harte en hij werkte nog goed ook!

Sterk voelen.

Vernederd worden geeft -dat is wel duidelijk- een emotie op een heel intense manier. Sommige emoties voelen we inderdaad heel sterk. Dat herkent u vast ook wel. Schuld, woede, verdriet en razernij zijn enkele van die emoties. Maar vernedering werkt misschien wel de sterkste emotie in ons hart. Hoe dat komt? Het is een rechtstreekse aanval op onze persoonlijke identiteit.

Als je vernederd wordt is dat zo'n sterke, negatieve emotie, want je voelt je op zo'n moment compleet waardeloos, tot op het bot. Je hebt het gevoel dat wat je ook doet, zegt, belooft...je alleen maar belachelijk wordt gemaakt. En de uitwerking kan een levenslange last zijn.

Die pijn

Wetenschappers hebben zich ook verdiept in de intense emotie die opkomt bij een vernedering. Vernedering activeert bepaalde hersengebieden die met pijn verbonden zijn. Wist u dat? Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam hebben een onderzoek uitgevoerd waarbij ze verschillende emotionele reacties van 46 vrijwilligers vergeleken hebben. De onderzoekers analyseerden de hersengolven van de deelnemers, terwijl ze beledigingen en vleierij op een scherm bekeken. Men vertelde de deelnemers ook verhalen waarbij ze zich in de situatie van de hoofdpersoon moesten verplaatsen. Het zou hen aanmoedigen om zich door middel van empathie te verbinden met hun emoties. Een van de situaties was bijvoorbeeld dat ze een vriend gingen ontmoeten. Zodra de persoon die ze zouden ontmoeten, hen zag, draaide de persoon zich om en vertrok.

De onderzoekers stelden vast dat het gevoel van vernedering een veel snellere en intensere hersenactiviteit veroorzaakte dan vreugde. Het was ook negatiever dan woede. Bovendien werden de gebieden die met pijn verbonden zijn, geactiveerd. Woorden van lof lokken vreugde uit. Toch was het gevoel van vernedering veel intenser dan die aangename emotie. Maar het meest ongelooflijke is dat ook woede niet kon tippen aan vernedering. De beledigingen maakten vele deelnemers ontzet en boos. Maar vernedering was veel negatiever.

Vernedering is een emotie -zo hoor ik tijdens de gesprekken in m'n coachingspraktijk- die in ons dagelijks leven helaas niet ongewoon is. En ik schrijf het nog een keer met diepe pijn: ook in onze kerken, ook door gemeenteleden, ook door.....ambtsdragers! Sommige mensen zijn eigenlijk alleen in staat om te communiceren door anderen te vernederen. Op een of andere manier geloven ze dat ze eigenlijk nog iets goed doen ook! Maar ze missen de empathie die ze nodig hebben om wat ze willen zeggen op een vriendelijke en subtiele manier over te brengen. Vooral narcisten hebben hier een houtje van!

In de vorige twee artikelen gaf ik al aan dat vernedering vaak voorkomt op het werk. Maar deze emotie dringt zelfs relaties binnen. Dat doet zich vooral voor wanneer de ene persoon spot met de ander en hem of haar het gevoel geeft minderwaardig te zijn. Vernedering is een onaangename, intense emotie die meestal diepe langdurige wonden creeert. Het is een aanval op onze identiteit en tast ons zelfvertrouwen aan. Het zorgt ervoor dat we het later moeilijk zullen hebben om het weer op te bouwen.

Wat te doen?

In het vorige artikel gaf ik wat oplossingsgerichte tips aan wat je kunt doen bij vernedering. We kunnen het ook nog op een andere manier benaderen en daar wil ik nu mee gaan afsluiten.

Wat kunnen we doen wanneer we geconfronteerd worden met vernedering? Hoe kunnen we deze aanval op onze identiteit vermijden en niet toelaten dat vernedering een diepe indruk op ons achterlaat? Hoe kunnen we voorkomen dat het ons zo veel blijft plagen?

Het geheim is onszelf te leren kennen en te waarderen. We mogen de meningen van andere personen niet meer macht gunnen dan onze eigen mening. We moeten weten wie we zijn en niet toelaten dat iemand anders dat voor ons bepaalt. We dienen echt op ons zelfvertrouwen te letten. Dit is nodig, zodat we op momenten van twijfel ons zelfvertrouwen terug kunnen krijgen. Om dat te doen, moeten we echt onze innerlijke dialoog in het oog houden. Dat is de manier waarop we tegen onszelf praten. Vertellen we onszelf vriendelijke dingen? Of blijven we steeds opnieuw herhalen: "ik ben zo stom" of "ik ben hierin zo slecht" of "ik ben zo hopeloos"? We moeten onszelf goed behandelen, onszelf waarderen en van onszelf houden op een Bijbelse manier. Als we verdraagzaam zijn tegenover anderen, waarom zouden we onszelf dan niet op dezelfde manier behandelen? Laat jezelf toe om fouten te maken. Je bent niet perfect.

Laten we onszelf zo waarderen dat we onverschillig worden voor elke poging van een ander om ons te vernederen. Want we kunnen -helaas!- niet voorkomen dat anderen ons vernederen. Maar we kunnen wel de manier veranderen waarop het ons raakt.

We begrijpen nu dat vernedering een aanval op onze identiteit is en een poging om ons pijn te berokkenen. Het is tijd om actie te ondernemen. Laten we beginnen met onszelf te waarderen. We willen niet meer zoveel afhangen van externe goedkeuring. Wat we integendeel willen, is in onszelf geloven op -nogmaals- de Bijbelse manier!

Juist over onze identiteit wil ik graag in de komende tijd met u/jullie verder gaan nadenken. 

Tot de volgende keer DV

Hartelijke groet aan alle lezers

Wim

Column 23 mei 2020: Vernederen.....afschuwelijk (2)

In de afgelopen week had ik opnieuw met twee mensen te maken die weten wat het betekent om vernederd te worden. Met ingehouden emotie luisterde ik naar de verhalen en het doet me soms haast innerlijke pijn als ik de verhalen aanhoor. Zoals ik in de vorige column schreef, wil ik nu ingaan op de vraag: hoe moet je vernedering ondergaan? Ik zal dat puntsgewijs proberen.

  1. Ben je iemand die voortdurend vernederingen moet ondergaan, zoek dan in de eerste plaats hulp voor jezelf. Nee, dat is lang niet altijd gemakkelijk. Niet zelden krijg je namelijk van je man/vrouw of werkgever "onder uit de zak" als je hulp hebt gezocht. Jij hebt door te spreken namelijk "de vuile was" openbaar gemaakt, buiten gehangen. Toch herhaal ik met nadruk: zoek hulp, zoek gesprek, zoek een luisterend oor. Of het een ambtsdrager, een goede vriend(in) is of een hulpverlener, is niet eens zo belangrijk. Als je er maar niet langer alleen mee hoeft te blijven lopen, want anders ga je er tenslotte absoluut door onderuit. Vroeger of later...... Daarom: Maak het open en openbaar!
  2. Ga met hulp van een ander het gesprek aan met hem of haar die jou constant vernedert. Confronteer de dader met zijn/haar vernederende gedrag en geef helder aan dat je het gedrag niet langer accepteert. Veel van de gesprekken die ik voer gaan onder andere over de vraag: Wat zijn mijn persoonlijke grenzen? Hoe geef ik de ander aan waar die grenzen liggen en wat het jou doet als er steeds over die grenzen wordt gegaan? Geef ook aan dat je het niet langer accepteert en onderbouw daarbij je verhaal met voorbeelden uit de praktijk. Waarom er een ander bij moet zijn? Omdat de praktijk me helaas heeft geleerd dat de dader bijna altijd ontkent. "Toen? Dat bedoelde ik helemaal niet zo. Je hebt het verkeerd geinterpreteerd, jij hebt niet goed geluisterd. Jij bent veel te gevoelig! Jij voelt je zo snel aangevallen." En de rij is moeiteloos langer te maken. Als er iemand meegaat, kan die het gesprek samenvatten en doorvragen en zorgen dat het gesprek verdiept, een spa dieper gaat. Hij/zij kan ook meeschrijven en de woorden die gesproken worden, later terug roepen in de zin van: "Wacht even, jij zei net toch in het gesprek dat...?" Degene die met jou meegaat kan dus een hele goede rol spelen.
  3. Na het gesprek raad ik vaak aan: hou een dagboek bij en elke keer als er weer een situatie voordoet van vernedering: schrijf dat op. Op die manier bouw je een soort logboek op, zodat je in een volgend gesprek, de datum en de opmerking(en) nog helder hebt.
  4. Overweeg bij jezelf of je blijvende hulp nodig hebt. Bij een ambtsdrager of een hulpverlener. Als het gedrag van de ander namelijk doorgaat, heb je echt iemand nodig die je bijstaat. Twee weten meer dan een! En helaas.....soms heb je ook een getuige nodig als de zaken helemaal gaan escaleren.
  5. Nee, niet altijd kan dat (en zeker in een huwelijk niet) maar van een bevriende predikant hoorde ik eens een prachtig voorbeeld wat me jaren bijgebleven is en ik gebruik het veel als een illustratie. Het gaat over: afstand houden! Hij vertelde; "Ik had een echtpaar in de gemeente dat altijd maar weer kritiek op de prediking had. Preekte ik nu maar als Ds. P. Blok of anderen, maar mijn preken waren zo "zus" en "zo". Altijd onder de maat in ieder geval. Natuurlijk vindt je dat niet leuk. Maar wat deed ik? Elke keer zocht ik het echtpaar weer op om te proberen dichterbij elkaar te komen. Echter, elke keer kwam er weer een tsunami van kritiek en ik ging gewond naar huis. Toen liet de Heere me een keer zien: Ga er niet meer naar toe. Dit echtpaar is voor jou een doornstruik met lange, scherpe doorns. Verwond jezelf niet langer, maar.... neem afstand." Waar je dit voorbeeld in je eigen leven kunt gebruiken, doe het dan. Met een werkgever bijvoorbeeld kun je proberen puur zakelijk om te gaan. Maak je in een bestuur zulke mensen mee die je vernederen, en daarmee doorgaan ondanks gesprekken: stop ermee, en ga uit het bestuur. Zeker als het niet in je vermogen ligt om puur zakelijk, afstandelijk met anderen om te gaan. Blijf weg uit de buurt van zulke scherpe "doorns". Anders kost het je sloten energie en zelfs nachtrust. Dit is een enorm moeilijk punt, maar uit mijn eigen leven weet ik dat afstand nemen van anderen soms echt niet anders kan. Anders raak je zelf depressief en ontzettend moe(deloos). Om die reden ben ik wel eens uit een bestuur gegaan en om privavcy-redenen zal ik verder maar geen voorbeelden geven uit mijn eigen leven. Als er mensen zijn die zichzelf voortdurend kinderen van God noemen, en je intussen kapot maken door je voortdurend te vernederen.... dan zou je er haast het bijltje bij neergooien. Daarom: ik zeg het niet klakkeloos en oppervlakkig, maar... als het niet anders kan: neem afstand! Zo ver als mogelijk is...

Wordt vervolgd...

Voor deze keer weer een hartelijke groet, veel sterkte in alle - soms zo moeilijke - omstandigheden.

Wim V

Column 14 mei 2020: Vernederen.....afschuwelijk!

Toen ik nog in het onderwijs werkte, hoorde het "pleinwacht lopen" er natuurlijk ook bij. Op het prachtige schoolplein van de Eliezerschool te Zwolle stond ik dan wel eens rustig te kijken naar al die spelende kinderen. Rennen, klauteren, tikkertje spelen, en op een groot speelapparaat waren meestal veel kinderen gezellig bezig. In de zandbak was het altijd ook heerlijk druk. Heerlijk.....je fantasie uitleven als kind. Mooie kastelen maken, grachten er omheen en hele verhalen werden aan me verteld als ik dan vroeg waar ze mee bezig waren. Prachtig! Sommige kinderen waren ook graag samen op de wip bezig: omlaag, omhoog, omlaag.

Dat beeld van de wip is mij altijd bij gebleven. Als de een omhoog gaat, gaat de ander omlaag. In de praktijk komen nog wel eens verhalen naar boven van mensen die zich altijd naar beneden voelen gedrukt. De ander wil graag omhoog en daarom duwt hij de ander naar beneden. Soms met emotionele en verbale kracht, soms heel sluw en slim en doortrapt. Waar dat voorkomt? In werksituaties bijvoorbeeld. Een werkgever kan niet goed opschieten met zijn werknemer. Hoe komt dat? De werknemer geeft wel eens voorzichtig opbouwende kritiek, vertelt waar hij moeite mee heeft in het bedrijf of met zijn eigen werkzaamheden. En niet zelden wordt zo'n werknemer dan naar beneden geduwd. Hij wordt dwars gezeten; er wordt niet gereageerd op gestelde vragen via de mail of tijdens een werkoverleg. De werkgever zit zo hoog op zijn "wip" en wil door niemand aangesproken worden op zijn manier van leiding geven.

Het gebeurt helaas ook in veel huwelijken, zo hoor ik vanuit de gesprekken. De man of de vrouw is zo dominant in het dagelijkse (huwelijks)leven en duwt de ander voortdurend naar beneden. Alweer: met emotionele uitbuiting, met verbale sterkte, met het totaal negeren van de ander in het bijzijn van anderen of door zoveel andere "kleine" dingen. Wat dat doet met het leven van een vrouw of man laat zich raden. Als je voortdurend vernederd wordt, blijft er tenslotte van je gevoel en eigenwaarde weinig of niets over. Elke keer weer vind ik dat diep aangrijpend!

Ach, waar gebeurt het niet? In gezinnen, op het werk, op school en in de kerkelijke gemeente. Wat dat betreft hoor je in de coachingspraktijk verschrikkelijk nare verhalen. Ook onder Christenen gebeuren er zondige dingen die de Heere niet anders dan met ongenoegen kan gadeslaan. Het blijkt in ons bloed te zitten om ons boven een ander te verheffen, al gaat dat zelfs ten koste van die ander. Ondertussen raken heel wat mensen door dit vernederende gedrag depressief of burn-out. Of ze melden zich voor een gesprek omdat ze ten einde raad zijn. Wat we dan met elkaar aan oplossingen zoeken, hoop ik volgende keer te schrijven.

Column 29 november 2018: Hoe ga je om met iemand die burn-out is?

Vanmiddag kreeg ik zomaar spontaan een gesprek met iemand die een burn-out heeft. Ik ontmoette haar bij de fysio-fitness en spontaan vertelde ze me over haar burn-out. Opvallend was dat zij aangaf dat haar omgeving het best moeilijk heeft met haar "niet meer kunnen". En dat is begrijpelijk. Mensen die burn-out zijn, hebben het vaak niet gemakkelijk, maar hun gedrag wordt soms wel onverklaarbaar geacht door hun omgeving. "Waarom reageert mijn man zo bits en bot? Waarom is onze dochter zo stil? Waarom ligt mijn vrouw nu maar het liefste op bed en kookt ze geen eten meer?" En dit zijn maar een paar vragen die er leven, ze zijn met tientallen te vermeerderen.

Mag ik een paar zaken noemen die belangrijk kunnen zijn voor de omgeving?

  1. Het is belangrijk om te weten wat een burn-out nu werkelijk is en wat dit betekent voor de persoon. Juist die kennis voorkomt irritatie en frustratie. Er zijn goede boeken over geschreven, maar vraag ook gerust een deskundige om meer info. Als je familielid gesprekken heeft met een psycholoog of iemand anders, ga dan een keer mee naar een gesprek en stel je gerichte vragen.
  2. De omgeving weet al snel dat de persoon die burn-out is, rust nodig heeft. De accu is namelijk leeg en moet weer helemaal opgeladen worden. Zeker, rust nemen is niet hetzelfde als niets meer doen. Wandelen is goed, fietsen ook en ook zoiets als fysio-fitness, waarbij je goede begeleiding krijgt, is aan te raden. Als familielid kun je je man/vrouw/kind stimuleren om ook iets te gaan doen: buiten zijn, lichamelijke inspanning vragen. Maar wees voorzichtig, want de betrokkene kan zo moe zijn, dat alleen de gedachte al om iets te moeten doen, teveel is. Wat ik zelf heb gemerkt is, dat je als persoon die burn-out is, overal tegenop kan zien. Iets als bv de telefoon opnemen, kan al een grote opdracht zijn. Niet iedereen van je omgeving begrijpt dat. "Kom nou zeg! Je kunt toch wel de telefoon opnemen?" Nee dus! Zelfs dat kan al teveel zijn. Want, wie belt er? Wat gaan ze me vragen? Wat moet ik antwoorden? Als man/vrouw en familielid help je dan heel concreet door zelf de telefoon op te nemen en je man of vrouw af te schermen. Nee, je hoeft niet over beschermend te zijn. Wel beschermend.
  3. Natuurlijk kan de zorg voor de ander heel wat betekenen. Dat geld altijd: Als je mantelzorger bent, ligt er een grote druk op je!  Zorg daarom altijd ook zelf voor ontspanning, voor rust. Hou eigen grenzen in de gaten! Zoek tijd voor ontspanning. En we weten uit ervaring dat ontspanning voor de ene persoon heel anders kan zijn, dan voor de ander. Lees een goed boek, bezoek een stad, ga winkelen, wandel, luister bij een concert naar mooie muziek en noem zelf maar op wat u graag doet.
  4. Zijn er kinderen thuis, probeer dan zeker de structuur in het gezin te behouden. 's Morgens op vaste tijden ontbijten en dat geld ook voor de andere maaltijden. Regelmaat is zo belangrijk voor onze kinderen. Dit lijkt zo eenvoudig, maar wat te doen als je man zegt: "Ik heb geen zin in eten hoor." Toch eten en op vastgezette tijden de maaltijden gebruiken.
  5. Neem tijd voor je kinderen en leg ze ook in eenvoudige bewoordingen uit waarom pa voorlopig niet naar zijn werk gaat. Dat hij echt zo heel erg moe is en dat hij daarom veel moet rusten en moet slapen. Het beeld van de accu is voor een kind goed te begrijpen, of van een lege batterij. Ze begrijpen dan ook goed wat opladen betekent!
  6. Leg niet teveel verantwoordelijkheden bij de kinderen. Kinderen hebben namelijk nog wel eens de gewoonte om zich verantwoordelijk te voelen als het met een van de ouders niet goed gaat. "Mama, moet ik nou nog stiller zijn in huis dan anders? Mama, zal ik boodschappen voor u doen? Mama, zal ik voor u stofzuigen?" Allemaal goed bedoeld natuurlijk, maar onze kinderen moeten vooral kind kunnen zijn en blijven. 
  7. Van harte hoop ik dat u de rijke zegen kent van goede vrienden en vriendinnen. Als een van uw vrienden burn-out raakt, weet dan dat hij/zij veel behoefte heeft aan het meeleven van u. Uit eigen ervaring mag ik zeggen dat vrienden en vriendinnen in mijn leven ontzaglijk veel hebben betekent in de moeilijkste momenten van mijn leven. Vrienden vragen niet veel. luisteren goed en zijn wezenlijk betrokken. Juist dat is zo fijn! Als u zo'n vriend bent, zult u ervaren, dat het soms moeilijk en zwaar is, om bij de ander "binnen te komen." Maar hou vooral vol! Wees trouw. Een vriend heeft ten alle tijde lief! Ook als het heel zwaar is voor de ander. Jarenlang had ik een spreuk op mijn kamer hangen met deze woorden: "Een vriend is iemand die alles van je weet en toch van je houdt!"  En dat is een diepe waarheid. Waar je ook achter komt?.........is dat er niet veel van zulke vrienden zijn. Laten we daarom vooral zuinig zijn op zulke vriendschappen. Ook in tijden van burn-out.

Voor deze keer genoeg......

Hartelijke groet,

Wim Visser

Column 30 oktober 2018: Wat te doen bij een burn-out?

In de vorige column zijn we ingegaan op het ontstaan van burn-out en wat kenmerken van deze ziekte die heel erg veel mensen raakt. Zoals ik beloofde willen we nu ingaan op de vraag: Wat te doen bij een burn-out? Het is duidelijk dat elk mens verschillend is en dat het ook veel uitmaakt of je al een eind in de put van een burn-out zit of nog aan het begin van het traject.

Een paar zaken wil ik echter noemen die gelden voor alle betrokkenen:

  1. De eerste stap is het zoeken van professionele hulp. Deze eerste stap lijkt zo logisch, maar is o zo moeilijk. Allerlei gedachten spelen vaak een rol, gedachten als: "Stel ik me niet aan? Is het wel echt zo ernstig? Misschien gaat het volgende week wel beter...." Er is vaak bij ons een schaamte om toe te geven dat werken niet meer lukken wil. Toch blijkt uit meerdere onderzoeken dat het echt niet zonder hulp kan. Hoe langer je blijft doormodderen, des te langer duurt het herstel. Ik zou iedereen aanraden eerst een afspraak te maken met de huisarts. Hij/zij kan samen met jou een deskundige hulpverlener zoeken die je kan begeleiden om uit de burn-out te komen. Dit kan een coach zijn, een psycholoog, een bedrijfsarts etc.
  2. Zeer aanbevelenswaardig is ook te beginnen met het bezoeken van een fitness-vereniging. Er zijn fitnesscholen die een goede en deskundige begeleiding willen geven aan burn-out patienten. Die begeleiding zorgt voor een goed evenwicht tussen inspanning en ontspanning. Een wandeling van een half uur (minimaal) per dag is ook een goede remedie. Sommige fysiotherapeuten hebben ook veel deskundigheid in huis. Zij kunnen je ook helpen als je slaapproblemen hebt. Hoe kun je die problemen te lijf gaan?
  3. In het verlengde hiervan: zorg voor goede leefgewoonten. Voldoende maaltijden met gezond en gevarieerd voedsel geven het lichaam energie. Op tijd naar bed gaan en op tijd opstaan voorkomt dat je dag- en nachtritme verschuiven. Zo'n verschuiving is namelijk een belasting voor je lichaam.
  4. Neem ook tijd voor een hobby. Zo heeft een van mijn clienten, zijn hobby vissen weer opgepakt, nadat hij zich daar een langere tijd geen tijd meer voor had gegund. Wat is het goed om langzaam maar zeker weer te leren ontspannen. En echt, soms duurt dat lange tijd voor het weer lukt. De adrenaline kan zo hoog in ons lichaam en geest zitten, dat het tijd kost om die adrenalinespiegel te laten zakken. Neem daar dus ook echt de tijd voor en verwacht niet na een week al grote wonderen en vooruitgang. Wie toegeeft aan zijn burn-out, zal ervaren dat hij/zij de eerste tijd al meer moe wordt. De innerlijke moeheid wordt namelijk niet meer tegen gehouden.
  5. Er zijn psychologen die meteen beginnen met cognitieve gedragstherapie, omdat zij merken dat de manier van denken helemaal verstoord is geraakt. Burn-out patienten denken niet zelden verkeerd, en ze kunnen dat zelf niet meer terug brengen in het goede spoor. Ze voelen zich niet begrepen, ze wantrouwen haast iedereen en ze vullen gedachten van anderen in. Dit zorgt vaak voor moedeloosmakende gedachten. De cognitieve gedragstherapie RET kan zeker hulp bieden.
  6. Veel burn-out patienten hebben baat bij hulp om het time-management op orde te krijgen, of te leren hoe conflicten te hanteren zijn. Niet zelden ligt er bij werk gerelateerde problemen een conflictsituatie met de leidinggevende en hoe goed is het dan om hulp te krijgen bij de aanpak van een conflict.
  7. Soms is het nodig om met je hulpverlener te kijken naar de vraag: Moet je soms verkassen naar een andere werkplek of zelfs ander werk gaan zoeken? Dit is een hele lastige vraag en daarbij kan en mag je nooit over 1 nacht ijs gaan. Dit is namelijk een van de meest aangrijpende veranderingen in ons leven.

Met deze belangrijke tips raad ik iedere burn-out patient aan, om hiermee aan de slag te gaan. In de volgende column ga ik verder in op: hoe ga je om met de omgeving als je burn-out bent?

Met een hartelijke groet,

Wim Visser

Column 19 september 2018: Burn out

Het aantal mensen met een burn-out neemt nog steeds toe, zo merk ik in de praktijk van elke dag. Mensen van verschillende leeftijden raken oververmoeid, krijgen lichamelijke en psychische klachten en als die signalen niet worden opgepakt, raken mensen steeds dichter bij een burn-out. In de meeste gevallen blijkt dat een burn-out werkgerelateerde oorzaken heeft. Het werk vraagt veel, het werk vraagt steeds meer, het werk vraagt te veel. Wat is dan het gevolg? Dat de accu meer en meer leeg raakt, totdat het eindpunt is bereikt en het werk niet meer lukt. En natuurlijk lukken er dan nog heel veel meer dingen niet meer. In de prive sfeer bijvoorbeeld. Vader of moeder komen geirriteerd over, zijn snel geprikkeld, of zijn zo moe dat ze werkelijk niets meer kunnen bijdragen in het gezin. En dat zorgt dan weer voor frustraties binnen het gezin en zo draait de vicieuze cirkel naar beneden.

We begrijpen allemaal dat een accu energie doorgeeft, maar door een dynamo o.i.d. ook weer moet worden gevuld, moet worden gevoed. Bij het vast stellen van een burn-out blijkt vaak dat de accu wel heel veel heeft gegeven, maar niet meer werd gevoed. De balans tussen inspanning en ontspanning is langzaam maar zeker in een verkeerd spoor geraakt, met alle gevolgen van dien. Naast het werk en alle dingen die moeten, dient er dus wel degelijk ook ontspanning te zijn. En die ontspanning is voor iedereen weer verschillend. De een vind het fijn te lezen in een goed boek, de ander geniet van een orgelconcert, een derde geniet van een mooie wandeling. Weer een ander ontspant van vissen en zo kunnen we de voorbeelden uitbreiden. Wat het ook maar is, die ontspanning moet er zijn. Anders loopt het vroeger of later mis en meestentijds zijn de gevolgen dan groot.

Mensen die perfectionistisch zijn ingesteld lopen een groter risico om burn-out te raken. Ze zijn vaak erg goed in hun werk en wanneer ze zien dat een ander (collega bijvoorbeeld) niet zo goed is in het afwerken van taken, nemen ze daarom taken van die collega over en......erbij! Zo raakt het mandje al voller en voller. Niet zelden ergeren deze mensen zich aan hun collega's en die frustraties zorgen ook weer voor stress en een verhoogd adrenaline. Wat een zegen is het als er in zulke gevallen mensen in de omgeving zijn die waarschuwen, signaleren en durven communiceren. "Joh, neem niet te veel hooi op je vork, want anders draai je helemaal door en word je overspannen of krijg je een burn-out". Ik denk dat zo'n eerlijke houding t.o.v. elkaar heel zinvol is.

Er zijn vaak al een poos lichamelijke signalen waarneembaar en die mogen we nooit negeren. Wie vaak hoofdpijn heeft, duizelig is, heel moe is, zodat een trap oplopen al onoverkomelijk lijkt, doet er goed aan die signalen te bespreken met een huisarts, of eerst met de werkgever. Kan het een tandje minder? Kunnen sommige taken tijdelijk of voor langere tijd overgenomen worden door iemand anders? Zolang de burn-out nog niet te diep heeft ingegrepen, kunnen tijdelijke oplossingen helpen om erger te voorkomen. Maar is het proces al te ver gekomen, dan is minder werken al snel de eerste optie. In de volgende culumn hopen we hier verder op in te gaan, want: wat te doen bij een burn-out?

Met een hartelijke groet vanuit Nunspeet

Wim Visser

Coach/consultant

Ps. Graag hoor ik van mensen die een burn-out  hebben gehad of er nu middenin zitten een reactie op deze column. Heb je tips? Graag!

Column 21 Juni 2018: Depressiviteit

Vandaag beginnen we weer opnieuw met het schrijven van columns. Het heeft een tijd geduurd voordat de website wvisserconcultancy.nl is vernieuwd, maar nu zijn we zover. En heel graag willen we via columns weer in contact komen met u en jou. Wat vandaag vooral onze aandacht vraagt is het thema "Depressiviteit". Uit laatste onderzoeken is gebleken dat het aantal depressieve mensen schrikbarend toeneemt. En dat niet alleen onder ouderen, maar zeker ook onder jongeren en zelfs onder kinderen van de basisschool leeftijd. Verschrikkelijk feit daarbij is dat zoveel jongeren zelfmoord plegen, omdat ze "het totaal niet meer zien zitten". Ze voelen zich zo alleen en zo verschrikkelijk eenzaam, zo wanhopig en de toekomst is zo zwart voor hen, dat niet meer leven beter lijkt dan wel te leven. Iemand zei eens tegen me: "De hel kan niet verschrikkelijker zijn dat het leven". Bij zulke woorden lopen de rillingen over mijn rug, maar je ziet wel dat zulke jongeren hun woorden menen. Ze zijn niet gedachtenloos uitgesproken, maar tekenen hun diepe gewondheid aan en door het leven. Wat is deskundige, professionele hulp dan toch nodig om depressieve mensen te begeleiden en te coachen. Tegelijkertijd weten we dat ook hulpverleners niet alles kunnen en dat zeker depressiviteit een zeer ernstige zaak is die zich niet zomaar oplost. Maar daarmee wil niet gezegd zijn dat zij middelijkerwijze niet veel kunnen betekenen in het leven van depressieve mensen.

Niet zolang geleden hield ik een lezing over dit thema voor de NPV te Liesveld. Opvallend was de hoge opkomst. Het onderwerp blijkt velen aan te spreken en het aantal vragen n.a.v. de lezing was zo groot dat niet eens alle vragen beantwoord konden worden. Er was grote betrokkenheid en veel mensen stelden de vraag: Wat kunnen wij betekenen voor deze doelgroep? Als een rode draad liep door de antwoorden heen toch vooral: Wees er echt voor iemand, die alles somber en donker voor zich ziet. Wees trouw en eerlijk in de contacten, en gaan die tijdelijk moeizaam, haak niet af, maar blijf depressieve mensen opzoeken en bemoedigen. Nee, niet met goedkope opmerkingen, maar met eerlijke, inzichtgevende en bijbelse opmerkingen. Waar wij depressieve mensen vooral mee helpen is de trouw bewijzen in het sturen van een kaartje of het brengen van een- let wel: kort bezoekje. Wat dat betreft is er veel werk te doen voor mantelzorgers en vrijwilligers. En wat ik zo van harte hoop is dat de christelijke gemeente en veilig thuis wil zijn voor alle mensen die zich zo alleen en eenzaam voelen. We leven helaas zo vaak langs elkaar heen. We weten helaas zo weinig van elkaars noden en zorgen. We hebben het helaas zo vaak zo druk met onszelf. Terwijl de ander snakt naar een beetje liefdevolle aandacht. Laten we proberen allemaal een steentje bij te dragen in het verlichten van het verdriet van en bij depressieve mensen. En....bent u, ben jij depressief? Neem contact op met een hulpverlener die helpen kan en eventueel doorverwijzen kan naar een bepaalde therapeut. Er zijn gelukkig mensen met grote deskundigheid en die kunnen veel betekenen. Laten we ons nooit schamen voor een depressie, want waarom zouden we ons schamen? Een mens is nu eenmaal niet van "gewapend beton", zo zei eens iemand tegen me. En zo is het!

Website laten maken door Modual | Open cookie voorkeuren